Een leerplannetje "Creatief schrijven met de computer"
Verhaaltjes en versjes schrijven en andere creatieve
schrijfopdrachten uit de taalmethode bieden prachtige mogelijkheden om je
leerlingen te leren omgaan met de tekstverwerker 'Word'. Het zijn meestal
korte opdrachten waarbij de leerlingen snel resultaat zien. Op eenvoudige
wijze kun je een leerplannetje "Creatief schrijven met de
computer" maken.
Inventariseer je taalmethode
Kijk in je taalmethode welke steloefeningen (creatief taalgebruik)
geschikt zijn om te maken met Word. Maak hiervan een lijstje voor het hele
schooljaar. En je hebt weer een aantal onderwerpen voor het
computergebruik in je klas.
Plan deze onderwerpen
Afhankelijk van de tijd die ieder leerling wekelijks achter de computer
doorbrengt maak je een planning. Bijvoorbeeld: voor iedere opdracht hebben
ze twee weken de tijd. Uitgaande van 40 lesweken kom je dan op twintig
opdrachten 'creatief taalgebruik'.
Welke computervaardigheden ga je aanleren?
Dat zullen voornamelijk vaardigheden zijn die te maken hebben met het
opmaken van de tekst. Te denken valt aan de volgende vaardigheden:
- Het maken van een kopje. Dat kan met grote gekleurde letters. Dus:
- lettertype wijzigen;
- dikke letters;
- letters of woorden kleuren;
- letters onderstrepen;
- schuingedrukte letters,
of "WordArt" gebruiken.
- Het maken van 'kop- en voetteksten'.
- Opsommingtekens.
- Uitlijnen van de tekst.
- Paginanummering.
- Een plaatje in de tekst plakken (downloaden van het Internet).
Zet de aan te leren vaardigheden op papier
Zet alle vaardigheden die je de kinderen wilt aanleren op papier.
Heeft je school voor ieder leerjaar aan te leren
"basisvaardigheden Word" afgesproken, pas deze vaardigheden dan
in de opdracht. Uiteraard een selectie maken. Laat ook steeds bepaalde
vaardigheden terugkomen (herhaling). Hiervoor kunt u
"Helpkaarten" maken of kant en klare "Helpkaarten"
downloaden van het internet:
Helpkaarten
"Helpkaarten" zijn kaarten met behulp waarvan leerlingen in
de vorm van specifieke aanwijzingen ondersteuning krijgen bij het gebruik
van bijvoorbeeld:
- bepaalde functies in computerprogramma’s (bijvoorbeeld Word,
Internet Explorer, Powerpoint, Windows, educatieve software e.d.).
"Helpkaarten" voor computerprogramma's zijn ook geschikt
voor leerkrachten;
- zelfcorrigerende educatieve materialen, bijv. gebruikt bij
'zelfstandig werken';
- het schrijven van een werkstuk of voorbereiden van een spreekbeurt.
Een "Helpkaart" gebruikt een leerling om (zelfstandig)
"weggezakte kennis op te frissen", maar ook om het gebruik
van een bepaalde functie van een computerprogramma, leermiddel of
werkwijze aan te leren (instructie).
De 'Helpkaarten' kunnen (voor het grijpen) in een 'kaartenbak' naast de
computers geplaatst worden.
Een dergelijke "Helpkaart" heeft een beperkte omvang (1 à 2
A4-tjes, dubbelzijdig gekopiëerd) en is vaak voorzien van bijv.
schermafdrukken en instructieve afbeeldingen met toelichtingen.
Om de "Helpkaart" netjes te houden wordt de kaart meestal
gelamineerd.
(zie ook "Helpkaarten..
wat zijn dat, wat kun je ermee?")
Het "Leerplannetje creatief schrijven met de computer"
Met al de bovengenoemde ingrediënten kan je nu een leerplannetje
maken. Het leerplannetje zou er als volgt kunnen uitzien:
Leerplan Creatief schrijven met de computer - groep ...
|
Week: |
Onderwerp: |
Vaardigheden "Word": |
Te gebruiken "Helpkaart": |
| |
|
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
Print of laat de resultaten uitprinten..
Laat de "werkjes" de omvang hebben van één, hooguit twee
A4-tjes en hang ze op in de klas, laat ze voorlezen of presenteren met
behulp van een beamer of plaats enkele werkjes op de website van de
school.
Geplaatst: 18-06-2005

|